|
|
Lieve Berilo, (2-9-2006)
Als ik aan jou denk, dan zie ik je
mooie ogen eerst. Je grote oren en je grote snoet. Je neus zie ik
voor me, waar altijd een klein stukje uit ontbrak. Wat de wereld nooit mag vergeten en beslist iedereen moet weten: jíj was er! Er was ooit een meisje dat de naam Berilo droeg. Knapper de Knapknapvrouw. Die het maar gek vond om met ondergetekende te moeten wandelen. En dus maar besloot om er gewoon vandoor te gaan. Zonder omkijken, gewoon terug naar huis. Een zelfstandig denkend wezen. Was ik in jouw ogen een indringer, vanwege mijn band met jouw mama? Of was het gewoon jouw typische gevoel voor humor? Je keek door mensen heen, recht in het hart. En die keer boven dan, weet je nog?
Heel intiem, waar jij en ik dezelfde knoop in onze maag kregen. Berilo op de bank. Berilo in de Hemel, niet meer hier. Een groot gemis, voor wie jou kenden en voor wie jou nooit gekend hebben. Al weten ze dat nog niet. Je was – en bent – een geweldige hond. Ik vond jou altijd – sorry lieve, prachtige Cheila – de leukste en de dapperste. Je leeft voort in vele harten en gedachten. Ik mis je. Ik hoop op een spoedig weerzien!
|
|
|