Chanoekafeestjes (04-01-09)
Op
zich, als ik het niet hoef te organiseren, ben ik best dol op
feestjes. Lekker eten, lekker drinken en lekker babbelen. Joodse
feestjes vind ik helemaal fantastisch. Onderwerpen van het gesprek
zijn nóg een stuk interessanter, omdat de reden van Joodse
feestjes merendeels op de Tora zijn gebaseerd.
Ondanks Chanoeka
geen “Bijbels” feest is, is het wel een feest door
de chagamiem (geleerden) ingesteld. Daarom is het een feest die
wij en masse vieren. Afgelopen december hebben 8 dagen van de
lichtjes van onze menorot kunnen genieten om de overwinning over
de Hellenisten te vieren.
Afgelopen
keer was ons Chanoeka-periode echt een feestperiode. Naast dat
ik natuurlijk weer latkes en soefganiot heb gebakken (worden met
het jaar lekkerder), hebben wij drie feestjes gehad. Eerst zijn
wij met een vriend naar het Gelderlandplein in Amsterdam geweest
waar een van onze rabbijnen vanuit Chabad-Lubavitch de menora
aanstak (met uitleg, liedje zingen en lekkers). Daar kwamen we
nog oude kennissen tegen en een talmied van ons klasje met vrouw
en kind, zodat het plaatje compleet was. Na de bijeenkomst bleven
wij nog even plakken (lekker soefganiot en latkes eten met koffie
en babbeltjes), mensen gegroet en de rabbijn bedankt. Vervolgens
stapten wij in de auto en reden wij tevreden naar huis. Niet wetende
dat daar een aangename verrassing op ons wachtte.
Wij kwamen thuis en ik belde om een reden mijn schoonmoeder op
die deze betreffende ochtend bij ons had schoongemaakt en terwijl
ik met haar kletste, liep ik de keuken in en zag dit:

(nadat ik de kaarsjes voor
de volgende dag alvast in de menora heb geplaatst,
snel een foto gemaakt, want nu zijn de rozen op hun mooist)
Een hele dikke bos rozen met een briefje onder onze
menora. Daarop stond:

Super lief, super attent! Ik stond aan de telefoon
te stotteren en zei: "ma, wat LIEF!" Ma vroeg gelijk
hoe we het in Amsterdam hadden gehad en ik beloofde haar, wat
ze echt leuk vond, volgend jaar mee te nemen en dan stel ik haar
direct voor aan onze rabbijn (in Jeroesjalajiem zal ze komend
voorjaar onze rabbijn ook ontmoeten en we slepen haar mee naar
rabbijn Brodman).Dat vond ze een heel goed en leuk idee.

Paar
dagen later, na Sjabbes (dat is dus na havdole) kregen wij bezoek
van mensen uit onze sjoel. Nadat Alex hen had opgehaald en zij
hun menora bij de onze hadden geplaatst, hadden wij vieren onze
eigen private feestje met soefganiot, chocola en met later zoutjes.
De mannen deden de broches, ieder bij hun eigen menora en later
zongen wij “Ma’oz Tsoer”.


Laatste
dag van Chanoeka, de achtste dag, hadden we een groot feest in
Amsterdam bij een talmied van onze andere rabbijn. Ondanks wij
onze menora thuis hadden gelaten, mocht Alexander een van de menorot
aansteken. Het was echt een vreselijk gezellig feestjes en na
een jajin adom (rode wijn) was ik al heel vrolijk (ik zeg v-r-o-l-i-j-k
en niet dronken).
Het eten was heerlijk, zeker omdat voor mensen zoals wij glatt
kosjere kant was, waarvan wij lekker konden nasjen.
We hebben daar gekletst en gezongen en naar Joodse verhaaltjes
geluisterd. Voor de gastheer hebben we een mooi kadootje uit de
Wereldwinkel meegenomen, omdat we hem nu wel goed genoeg kennen
om in te schatten wat hij mooi vindt.Het kadootje viel hem erg
in de smaak, dus mijn avond was nu helemaal beklonken.
Al met al een mooie acht dagen gehad, waardoor Kerst ook nog
door de Chanoeka-perikelen heen kwam. Ondanks wij absoluut geen
Kerst vieren, maar onze ouders wel (wat is vieren, mijn schoonouders
geloven niet in de chr. messias en mijn vader doet het ook allemaal
op zijn eigen wijze), hebben we op de avond van de 24e bij mijn
vader héérlijk gegeten (was echt ontzettend gezellig,
dat dit via zijn mailtje naar ons nog even goed nadreunde) en
de 25e, nadat wij op uitnodiging van een van de rabbijnen die
op de bijeenkomst op Gelderlandplein aanwezig was, waren wij de
hele middag in het Cheider voor de Jarchei Kallo in zijn sjioer
en discussieplatform (over halacha, waar de zoon van mensen uit
onze sjoel vanuit het publiek een goede prominente rol heeft gespeeld).
Daar ontmoetten wij zowat alle talmiediem van een van onze rabbijnen
en meer mensen die wij in de afgelopen jaren in A’dam hebben
leren kennen. Toen we thuis kwamen hebben wij de mistwe om onze
menora aan te steken en op te laten branden voldaan om vervolgens
bij mijn schoonouders te eten en een spelletje te doen.
Ik denk voor NL-begrippen hebben wij tijdens de acht dagen Chanoeka
niets te klagen gehad en wellicht volgend jaar in Jeroesjalajiem!