|
|
Opeens
dacht ik aan haar... (19-08-2006)
Opeens dacht aan haar en voelde
ik haar aanwezigheid... mijn Berilo.
Ik was in mijn verkenner opzoek naar het "onderschrift"
van Lordy (man van Lala) en
opeens kwam ik dit tegen:
Ik heb mijn zoekactie
naar Lordy's onderschrift direct gestaakt en ben dit gaan schrijven. Maar nu denk ik
aan die aanhankelijkheid van Berilo. Ze kwam bij ons als een "gebroken
mens" dat alle vertrouwen in de mensheid was kwijtgeraakt.
Ik mis haar als rustpunt in het gezin en de roedel. Als zij Borias
bijvoorbeeld zat was, kon hij net zo'n knauw krijgen zoals Poekie
die aan Cheila gaf.
Nog geen twee maanden voor haar dood. Ik heb in de laatste
jaren - anderhalf jaar denk ik - met een knoop in de maag rondgelopen
haar te verliezen. Achteraf is het verlies me reuze meegevallen,
wat het gemis niet minder maakt. Ik heb er vrede mee (dit ten opzichte
van Boortje die nog geen anderhalf was) omdat ze een zéér
respectabele leeftijd heeft gehaald in alle zegen van Boven. Iedere dag - voor
zeker een jaar toen het zo erg met haar werd - hebben we haar drie
keer per dag onder de warme lamp gegymd. We wisselden elkaar af
en daarnaast kreeg zij pijnstillers en onstekingremmers. We hebben
wel eens de kritiek gehad of we niet te ver gingen en dan zei ik:
euthenatiseer jij je oude oma wanneer ze zwaar reumatisch maar
zeer gelukkig is? Of ben je bang dat je geen geld wilt uitgeven
aan je hond zodra het ouder wordt? Alexander zei dan altijd:
de dierenarts bepaalt of ze nog een kwalitatief leven heeft of niet.
Nee, ik zal haar
nooit meer uit mijn gedachte kunnen krijgen en ik wil dat ook niet.
Ze was onze Knapper de Knapknapvrouw. Een rustpunt in de hectiek
rond Borias. Een uitstekende pijlster of iemand deugde of niet.
Een kennis van mij was de eerste en de enige die bij haar eerste
bezoek mij naar beneden riep omdat Berilo haar niet door liet en
haar terroriseerde. Ik heb dit nooit afgestraft en alleen gezegd:
'tis goed meisje, ze mag doorlopen'. Mijn buurvrouw zei toen al:
'let op Berilo. Als zij vindt dat die vrouw niet deugt, dan heeft
ze vast gelijk.' Jaren later, en vele kunnen het bevestigen, schijnt
die vrouw moreel gezien niet te deugen.
|
|
|