|
|
Naar Israël
(28-07-2006)
Met b'ezrat hasjem zullen Alexander en ik over een tijdje naar Israël gaan. Afgelopen woensdagavond is rabbijn Brodman van Savyon na anderhalve maand weerbij ons thuis geweest, gezellig bijpraten en nasjen. Hoe blij ik was dat zijn zoon rabbijn Shmuel Aharon mee was gekomen. Die had ik vorig jaar november voor het laatst gezien, niet gesproken, want toen rabbijn Brodman 6 weken geleden langs kwam met zijn heerlijke koekjes, had ik rabbijn Shmuel Aharon aan de telefoon die weer over kalmeringspillen voor het vliegtuig had, zodat ik stoned in het The Holy Land zou aankomen om dit prachtige en bijzondere land te bezoeken. Met een heerlijke botertaart
van Theeboom en een b’rachot habajiet meegenomen. Wat een kado!
Ik vroeg of de rabbijn het beste plekje wilde uitzoeken en dat heeft
hij gedaan en Alex moet zondag of morgen na de Sjabbaes aan de muur
hangen! De avond was toen helemaal beladen voor mij en zeker toen de rabbijnen in de nacht weer weggingen en Alexander van rabbijn Brodman een hand met drie kussen (wat volstrekt normaal is in Israël) kreeg. Ik was zo ontroerd omdat te mogen zien. De volgende morgen belde hij me weer op en hoe vaker ik hem aan de telefoon krijg (hij belt me zo regelmatig, zo vreselijk lief!) en hem zie en mail, hoe opener ik word en zaken met hem bespreek. Hij is uiteraard op de hoogte dat Alexander en ik op de Parasjalessen van rabbijn Spiro in Amsterdam zitten en hij vindt dat een erg goede zet dit te doen. Ook dat we in zijn Sjabbesbijeenkomsten in Rosj Pina geweest zijn (en in sept. weer), want hij kent rabbijn Spiro. Ondertussen stelde rabbijn Shmuel Aharon aan Alexander dezelfde vraag of hij gioer wilde doen en zo nee, waarom niet. Uiteindelijk zei Alexander: zeg nooit nooit. En ondertussen groeit hij op zijn manier door in het Jodendom. Doet in de inleide van de Sjabbes op vrijdagavond uitstekend en hij vast op een zekere hoogte mee. Nee, 2006 is een extreem bijzonder jaar voor ons. We hebben van de Eeuwige - geprezen is Zijn Naam - veel kado's gehad. Ik wil daar één kado van maken, die zo onbetaalbaar is... daar kan geen aardse rijkdom tegenop. Naast de choepa willen wij ook aan de wereld laten zien achter Israël te staan. Zolang de rabbijn zegt dat we kunnen we gaan, gaan we.
|
|
|