|
|
In de tijdperk ‘god is dood’ en andere atheïstische levensopvattingen, bestaat al sinds de Verlichting het Solipsisme. Net als atheïsten en agnosten, waren de solipsisten vaak ooit religieus en hebben deze de rug toegekeerd. Hoewel deze opvattingen niet onder een stikte godsdienst geschaard kan worden, is het geloven in ‘wetenschap’, ‘de niet-god’, ‘is er wel of geen god’ of ‘het ik’ een religieuze daad. Ondanks de wetenschap in de kinderschoenen staat, weet men dat een deel in onze hersenen, de temporaal kwab epilepsie, het religieusbesef produceren. Niet alleen Joden, christenen en moslims bezitten die, maar ook de mensen zoals atheïsten, agnosten en solipsisten hebben deze gewraakte temporaal kwab epilepsie voor hun religieus besef. Wat
is Solipsisme Solipsisme
zou in zijn beginsel van het Reductionisme (reducere,
'herleiden tot' of 'terugvoeren op’) voortkomen. Wikipedia voegt
daar aan toe: “Een van de belangrijkste kwestie die verband
houden met het reductionisme is de filosofische vraagstelling of de
mentale eigenschappen van de mens volledig gereduceerd kunnen worden
tot haar fysische eigenschappen… Het reductionisme wordt doorgaans
in verband gebracht met het project van de eenheidswetenschap.”
Zit er een logica in het Solipsisme? Nee. Wie Solipsisme verdedigt vooronderstelt namelijk een luisteraar; dus een andere partij dan hijzelf, waarmee het Solipsisme zichzelf dus direct ontkracht. Want wie Solipsisme verdedigt, maakt op dat moment gebruik van communicatievormen, wat slechts onder de aanname dat er andere bewustzijns zijn die van dezelfde communicatiemiddelen gebruik maken. Solipsisme is onnatuurlijk, maar in zekere zin ook een vorm van afgoderij Het bewustzijn, ‘het ik’, is volgens het Solipsisme goddelijk. Volgens diverse wetenschappers komt (serieuze) Solipsisme vooral bij autisten voor en bij andere psychische aandoeningen voor zoals schizofrenie. De mens is namelijk net als de meeste dieren een organisme dat geneigd is in ‘groepen’ te leven. Door het ingebouwde sociale karakter van de mens, is Solipsisme dus een onnatuurlijke aanname. Als Solipsisme bestaat, dan heeft humanitaire hulp en het omkijken naar anderen volstrekt geen zin. De zo genoemde ‘geestelijk gezonde’ mensen met solipsistische trekken (ik houd Solipsisme vanuit een psychisch probleem volkomen buiten beschouwen) zouden zich dus niet betrokken voelen met de maatschappij. Iedere trauma die de solipsist dus oploopt heeft hij aan zichzelf te danken! Dan moet hij maar aan iets anders denken. Ondertussen klagen zij net zo hard als ieder ander mens en dikwijls geven zij nog steeds ‘die god’ de schuld van hun persoonlijke leed. De laatst genoemde groep solipsisten zijn egocentrische mensen die helemaal niet in een enkel ‘ik alleen’ geloven. Een paradox? Nee. Het is een egocentrisch mens dat alleen de rest van de wereld ziet en juist wilt dat deze op hem richt. Het probleem is echter, dat de egocentrische mens de norm van ‘volledig aan de norm houden’ en ‘het denken aan anderen’ zelf niet wilt hanteren. Deze egocentrische houding trachten zij goed te praten onder de noemer van het Solipsisme. Deze niet psychische solipsisten zijn vaak mensen die voor hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen bijdrage aan hun ongeluk en die van de ander willen wegrennen, want het station ‘G’d de schuld geven van alle wreedheden des levens’, lijken zij reeds gepasseerd toen zij meenden religieus te zijn. Deze solipsisten zijn niets meer en niets minder dan de moderne afgodendienaars van 2010: ik ben god. Waarom is dit zo?
Daarvoor gaan we 5 verzen terug, want die reikt nóg verder dan vers 39: ‘ejn ‘od milvado... er is niet (ejn) meer (‘od) naast/behalve Hem (milvado)" - (Dwariem 4:35). Onkelos en ook RaMBaM zeggen dat dit letterlijk betekent dat er niets is buiten G’d bestaat, dus dat naast G'd bestaat er geen ander realiteit. Moet jij je voorstellen. Géén ander realiteit. Je zit op je werk en dat is géén realiteit. Wel vanuit een menselijk perspectief, want knijp maar in je arm, dat kan behoorlijk zeer doen. Maar vanuit het perspectief van de Hasjem zijn wij géén realiteit. Dus... naast G'd is niets behalve Hij. WAT is niets kunnen we als volgende vraag stellen. Dat is onvoorstelbaar... Dáárom zegt Dwariem 4:39 dat NIETS naast G'd bestaat. Dit moet je goed opvatten. Het fenomeen "niets" staat niet naast Hem en is niet gelijk aan Hem. Dat niet realiteit is. Niets dat naast G'd is betekent eenvoudigweg dat Hij Alleen bestaat. Hij Alleen is Realiteit en wij zijn als het ware Zijn gedachte. Zijn Wil. De wereld kan onmogelijk uit zichzelf bestaan. Ook dat betekent Dwariem 4:39 en doet aan het Matrixconcept denken. Hoe
‘bestaan’ wij dan? Exact wat de solipsisten zeggen maar
dan vanuit de Enige Die wel Bestaat: de
Ejn Sof (Zonder Einde); G’d. Daarom kan de wereld vanuit een Joodse levensovertuiging onmogelijk uit zichzelf bestaan en dat geldt ook voor de solipsist, die Dewariem 4:35 en 39 op zichzelf toepast en dat is een van de drie grootste overtredingen binnen het Jodendom: afgoderij. Aan G'd, die geprezen wordt, wijden zij lieflijke liederen; voor de Koning, de levende en steeds blijvende G'd, brengen ze gezangen tot uiting en huldigingsliederen ten gehore. Want Hij alleen brengt machtige werken tot stand, maakt steeds weer nieuwe dingen, Hij is de Heer van oorlogen. Hij strooit liefde uit en laat hulp te voorschijn schieten. Hij is de scheppende kracht van genezing, te ontzaglijk voor lofliederen is de Heer van de wonderen, die in Zijn goedheid steeds weer, iedere dag het werk van de schepping vernieuwt. Fragment uit het Sjachris, het Ochtendgebed
|
|
|