|
|
Liefde van G’d: Talmoed en de Kabbalah (14-02-06) Sinds 1999 heb ik diepe interesse voor de Joodse Kabbalah. Vanuit die interesse is er ook een liefde ontstaan voor de Talmoed, de mondelinge Tora van de meest vooraanstaande rabbijnen door alle eeuwen heen. De bevlogenheid, de intellect – nee: genialiteit - is G’ddelijk. Iedere keer mag ik de mooiste geheimen ontdekken die voor een leek vaak abracadabra lijkt. Maar is dat ook zo? 1999, het moment dat ik met de Kabbalah in aanraking kwam. Hoe is niet interessant. Wat wel interessant is, is hoe meer ik leer, hoe meer ik ervan overtuigd raak hoe de Kabbalah door christenen al eeuwen gedemoniseerd is en door seculiere en occultisten misbruikt – zij het goed zij het slecht bedoeld -. Kabbalah is niet bedoeld om satanisme of commercie te bedrijven. De Kabbalah is bedoeld om het gebed te bezielen en niet om geheimzinnig mee te doen. De Kabbalah is niet geheimzinnig. De Kabbalah is gebed en studie die de Bijbel ondersteund. Snap ik nu daarom alles aan wat in de Kabbalah staat? Ben ik over al mee eens? Nee, maar dat komt omdat ík niet alles snap. Maar rabbijnen zijn onderling over diverse onderwerpen niet met elkaar eens en toch hebben zij allemaal gelijk. Gaaf hè?. Discussies na discussies, jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit, allemaal opgetekend in de Talmoed. De Talmoed zijn commentaren over en wetsbesluiten vanuit de Schriftelijke Tora: Bereesjiet-Dwariem (Genesis-Deuteronomium). Dat door die discussies discrepantie bestaat tussen de ene mening over een bepaald onderwerp en de andere inzicht, maakt de Talmoed zo geliefd bij mij. Wat een hartstocht. Wat een liefde. Ik zuig het helemaal op. Ik wil álles weten, ik wil álles begrijpen, zonder over al mee eens te zijn. Daarom heeft G’d,
Geprezen is Zijn Naam, in mijn ogen naast de Bijbel ons meer gegeven
uit Zijn liefde: de Talmoed en de Kabbalah. Het is Zijn kado aan
Zijn volk om door de verdrukkingen heen te komen. Naast de Sjabbat
en de Bijbel zijn de Talmoed en de Kabbalah levensvreugden om door
de donkere dagen heen te komen tot dat de
Masjiach komt. |
|
|